EKFN - Eerste Klootschieters Federatie Neede

Wat is klootschieten


Spelregels voor het klootschieten.

 

Klootschieten is een spel, waarbij het spelmateriaal bestaat uit een houten bal welke op drie plaatsen geheel doorboord en opgevuld is met lood, de z.g.n. KLOOT (gewicht ca. ½ kg) Tegenwoordig is het hout vervangen door kunststof (duurzamer maar ook duurder in aanschaf).

De bedoeling van het klootschieten is om in zo weinig mogelijk worpen een van te voren bepaald parcours af te leggen.

Onder een worp wordt verstaan het onderhands wegwerpen van de kloot in de richting van het parcours.

Het parcours wordt bepaald door een startstreep en een eindstreep. De afstand tussen beide strepen kan variëren van 1,5 – 5  km. In het algemeen wordt voor een parcours een harde rustige straatweg uitgezocht welke een asfalt bedekking heeft. Bij het klootschieten wordt door twee ploegen, elk bestaand uit een aantal personen, tegen elkaar geschoten. Er wordt bij de startstreep begonnen door de beide eerste personen van een ploeg om beurten te laten “afgooien”. Van de ploeg waarvan de kloot het minst ver komt moet de tweede persoon eerst gooien, komt de kloot van de tweede persoon nog niet voorbij de kloot van de tegenploeg dan moet de derde persoon gooien enz., totdat de kloot van de tegenploeg is gepasseerd, waarna de tweede persoon van de tegenploeg gooit.

Samenvattend: de werpende ploeg is die ploeg waarvan de kloot het minst ver gevorderd is op het parcours, afgezien van het aantal worpen.

Een ploeg kan bestaan uit een minimaal aantal personen van 3. Het maximum aantal personen is onbeperkt doch wordt voor een goed verloop van de wedstrijd in het algemeen niet meer dan 6 personen.

Per ploeg wordt een leider aangewezen die tevens tijdens de wedstrijd het aantal worpen noteert (turven). Hij stelt de ploeg samen en noteert zowel de namen van zijn eigen ploeg als die van de tegenstanders op een formulier. Het verloop tijdens de wedstrijd is als volgt: door de beide ploegleiders worden de namen afgeroepen van de personen die aan worp zijn. Is de kloot gegooid, dan wordt een streep achter de naam van de schutter gezet. Tijdens een worp staan de beide ploegleiders bij de schutter, om de worp te noteren en de andere personen staan verdeeld langs de weg om te voorkomen dat de kloot zoek raakt. Ligt de kloot stil dan wordt deze aan de kant van de weg gelegd en blijft liggen tot de volgende schutter aan beurt is. Het is raadzaam voordat een schutter werpt de attentie van de mede schutters op te roepen bv. door de ploegleiders WORP te laten roepen, want een kloot, geworpen door een “beginneling” kan rare sprongen maken, dus KIJK UIT . Zijn in het parcours één of meerdere bochten aanwezig, dan mogen deze worden afgesneden door onderhands over de bocht heen te gooien.

De kloot dient dan wel het harde gedeelte van de weg te raken of de berm “achter” de weg (zie de punten B en C). De volgende schutter respectievelijk op de plaatsen B’ en C’. Raakt een kloot het harde gedeelte van de weg niet en komt in de berm vóór de weg (zie punt A) dan moet de volgende schutter op de plaats A’ gooien. Komt een kloot over de eindstreep, dan is de wedstrijd ten einde. Hierna moeten door de beide ploegleiders de “meters” die de kloot voorbij de eindstreep is gekomen worden “afgetrapt”. Als laatste worden de totaal aantal schoten en het aantal meters per ploeg genoteerd op het formulier. N.B. om misverstanden over het aantal schoten te voorkomen dienen de beide ploegleiders regelmatig tijdens de wedstrijd de aantal worpen met elkaar te vergelijken.

 

========KIJK UIT VOOR EEN GEWORPEN KLOOT=========

 

Veel klootschiet plezier.